30-07-17

ZWAARTEKRACHT

Uitgeverij Kleinood & Grootzeer (Bergen op Zoom) is verheugd dat ze voor het eerst een bundel mogen uitgeven van dichter Joris Denoo.

Met uitzondering van 'Torhout, vers aan huis', een bundel gedichten over zijn geboortestad, die hij in 2010 op uitnodiging publiceerde, is het inmiddels al tien jaar geleden dat Joris Denoo nog iets van zich liet horen in poëtische boekvorm. 'Zwaartekracht' bundelt poëzie met een specifiek thema, gebaseerd op persoonlijke ervaringen. De goede lezer zal tussen de regels wel degelijk ontdekken waar het over gaat. Overigens behandelde de auteur deze thematiek (epilepsie) ook al in enkele jeugdboeken (Vallen en opstaan, uitg. Lannoo en Een blauwe plek, uitg. De Eenhoorn).

Diverse gedichten verschenen in de loop der jaren in literaire bladen (o.a. een cyclus in het Nieuw Wereld Tijdschrift) of werden met een nominatie of bekroning onderscheiden. Joris Denoo (°1953, Torhout) publiceerde naast poëzie ook columns, verhalen, essays, theaterteksten en jeugdboeken. Hij won voor die genres o.a. de Guido Gezelle Poëzie Prijs Brugge, de Toneel Schrijf Prijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en letterkunde, Gent en van de provincie West-Vlaanderen, een Essay Prijs van diezelfde Koninklijke Academie, de Jeugdboeken Prijs van de Stad Tielt en diverse prijzen en nominaties voor verhalen, voornamelijk in Nederland. Hij schreef het scenario voor de volksfilm 'Tine, een mokkel van haar sokkel' en werkte intens mee aan de educatieve taalmethodes Kameleon en Verrekijker (uitg. die Keure) en het digitale platform Kweetet (uitg. die Keure). In 2017 verschijnt ook 'Verlichte gedichten' (uitg. Acco Leuven/Den Haag), een leerboek voor jongeren en hun opleiders over omgaan met poëzie.

Uitnodiging digitaal Zwaartekracht 002.pdf

26-07-17

MEN

MEN

 

Laten we alsnog het woord mens

maar weer door persoon vertolken.

Het scheelt in graden en verbruik

en het is quasi overal inzetbaar

zoals het woord aap in eendere bossen.

01-07-17

DE DICHTER HIJ LIGT ER

DE DICHTER HIJ LIGT ER

 

Mijn hond zou in de winter wonen,

de maan dan schuilen achter wolken.

Er was ook wind uit oude dagen

en de veerman zou van kou gewagen

 

die niet meer ophield tot die brief er kwam

waarin de wereld om verschoning vroeg

voor wat mij allemaal was aangedaan:

miskenning jegens mijn geniaal bestaan,

 

als een rimbaud in een bos van dwaling,

een baudelaire wiens schrijven voor verdwazing

doorging. Men zou dan eindelijk beseffen

dat mijn pen 's werelds raadsels op kon heffen.

 

Die bode zou ik schielijk groeten, desnoods

een glas aanbieden voor zijn wintervoeten.

Pas als hij dan weer was weggegaan,

zou mij het lachen nader dan het huilen staan.

 

In deze rimboe van verwarring zou ik zegevieren,

in dit dorp van dwazen alsnog de trommel slaan.

Zingen zou ik, dat ik het altijd al geweten had:

een dichter weegt zo zwaar als zijn gedicht,

maar soortelijk stijgt hij over zijn gewicht.