24-12-16

GALGENMAAL

 Galgenmaal

 

Een kraai wiekt door de lucht.

De zon zakt bloedrood tussen wolken.

De avond valt. Mijn maag rommelt

als een doodstrom; ik kokhals.

 

Dat geklop daarbuiten komt niet

van een specht: een gespierde timmerman

bouwt een schavot voor mij. Een boze kok

slijpt een valmes de breedte van mijn hals.

 

Rodekool: mijn purperen doodvonnis.

Mijn leven rolt zich als een film

voor mijn ogen af: ijs en hamburgers,

kroket, ketchup en friet. Maar dit!

 

De doodstraf wacht. Ik ben dapper.

Straks komt de gevangenisaalmoezenier.

Ik ben niet te bekeren. Hij mag mijn rodekool.

Of de cipier. Vaarwel, vanuit mijn dodencel.

De commentaren zijn gesloten.