23-08-16

CONTE D'AUTOMNE

CONTE D’AUTOMNE

 

De zon hangt in de touwen.

Het oker grijpt de bomen.

Ik laat de lampen branden

en ook de poort blijft open.

 

De klok vermaalt het wachten.

De muren spitsen oren.

Contouren gaan vervagen.

De wind verdwaalt in avond.

 

Ik wou je zeker schrijven.

De herfst verzamelt blaren.

Hij bloemleest nerven, scherven.

Maar wat laat ik jou lezen?

 

De dagen worden jaren.

De tijd wordt wijzer, wijzer.

Dat tikken is verstikkend

en ik word grijzer, grijzer.

 

Ik heb er geen verhaal op.

Het blijft bladstil; ik weifel,

maar laat de lampen branden

en ook de poort blijft open.

 

De commentaren zijn gesloten.