21-06-16

SPOORLOOS

SPOORLOOS

 

Tegen strakke blauwte bovenal
bidt een zwever
met gespreide vleugels.

In de diepte die daaruit ontstaat
zindert zomer als gewijde opera.

Laat me langzaam waden tegen scherpte in.

Tijd stippelt een hoge vogel uit.
Aan de verte huilt een hond
die in de winter woont.

Wat laat ik na:
te ontbreken.

De commentaren zijn gesloten.