26-05-13

BEGIJNHOFVERZEN (KORTRIJK)

BEGIJNHOFVERZEN (KORTRIJK)                                  Joris Denoo

 

ZOMERCOLLECTIE        

 

01

 

Begin eraan, begijn.

Hang de zon te drogen.

Hark de stijfheid weg.

Was de wolken schoon.

 

02

 

Blauwe koepel boven

hofje van begijnen.

Een vliegtuig bidt

in spreidstand bovenal.

Halleluja voor de zomer.

 

03

 

Schier een eiland in de stad.

Message in a bottle, schat:

Kortrijk, zomer 2013,

hier wil ik je weerzien.

 

04

 

Heeft een begijntje

ook zoveel rokken

als een ajuintje?

Komen er ook tranen

bij het pellen?

 

05

 

Foto morgana.

Het begijnhof hoort nu

bij de warme landen.

Hier loopt nu de evenaar.

Hier kun je bruin verbranden.

 

06

 

Niets mag dit hofje nog ontsieren.

Hoogstens kap ik nog een luchtreis

uit mijn dromen weg voor later en diep

hieronder kam ik grassen tegendraads.

 

07

 

Stilte breekt in volle hevigheid los

als op een akker in de zestiende eeuw.

Een vogel glijdt in een luchtplooi weg.

Tijd stippelt hem ongenadig uit.

 

08

 

Omschrijf dan dit verwende nest

met een grote regenboog van woorden

en een omtrekkende beweging van zinnen

en vertel vooral toeristen niet

van deze landingsplek zonder weerga.

 

09

 

Daar sluipt een poes

over een catwalk van kasseien.

De mode wil dat het weer donker wordt

na een dag van kleren paraderen.

 

10

 

Pare bloemen, oneven dagen,

onpare bloemen, even dagen,

zachte nachten, tel uit je winst.

 

11

 

Ook pissebed en kakkerlak

dromen van een goede zomer.

Zwerfkat en schurfthond bakkeleien

op de begane kasseien.

 

12

 

Parasol paraplu.

Alle regen van de kleurenboog

uit de hemel hoog.

Boven het begijnhof

drijven boze buien.

Kakel, begijn, doe een mirakel.

Lok de zon uit haar hok.

 

13

 

Zevenmaal om dit begijnhof te gaan.

Wie niet weg is, is gezien.

Waarom hier niet blijven?

’t Regent ginder net zo hard misschien.

 

14

 

Een toost op dit seizoen.

Ge moet het maar weer doen.

Wit is natuurlijk altijd schoon,

maar zomergroen is ons verdiende loon.

 

15

 

Lente puberteit.

Zomer Fahrenheit.

Bladerdeeg en herfsttij.

Winter splinterpartij.

 

16

 

Op de y-as van begijn

zit de grote onbekende x.

Wis en zeker zit achter

dat gordijntje een begijntje.

Vraag me maar niks.

 


17

 

Geen stofwolkje aan de lucht.

Heel hoog alles helder en droog.

Voor flora en fauna voorspelt

de weervrouw vannacht een sauna.

 

18

 

Heer Celsius, grillige gast,

Haal alles uit de kast.

Wees zilver en kwik.

Zet onze zinnen in de fik.

 

19

 

Trek je van kleren niet veel aan,

schat. Vergeet de mode & de maten:

het is gezellig warm in de K

en verfrissend koel in alle straten.

 

20

 

Tramsporen in de lucht.

De achtste brug in Kortrijk

is een regenboog, een zucht

hoog boven hoven van begijnen.

 

21

 

Een kapje op een kopje

als een zonnepaneeltje.

Juweeltje in een prieeltje.

Pas op of hij steelt je.

 

22

 

Een leger van droge kelen

overspoelt de stad.

Het regent sproeten overal.

Bel de brandweer, begijn.

 

23

 

Lok de lente uit haar tenten.

Stoof ze, kook ze,

tot ze zomer wordt.

Fahrenheit, Celsius: straffe venten.