14-03-13

BEGIJNHOFVERZEN (KORTRIJK)

BEGIJNHOFVERZEN (KORTRIJK)                                         Joris Denoo

LENTECOLLECTIE    

   

01

De vuilniskar zingt halleluja.

Kortrijk barst weer los in lente.

De bruine beer verlaat zijn hol.

De ijsboer telt weer naarstig centen.

 

02

 

Mijn mama plant een parasol,

pardoes tussen… KRAK! AI!

Een rode tulp roept hard om hulp

en scheldt haar dan de huid vol.

 

03

 

Ja, al ben je nog zo'n mooie tulp

in nog zo'n magnifieke tuin,

als de lente er weer komt,

ben je beter een ajuin.

 

04

 

Takken wiegen in de wind.

Bomen vegen welgezind

hun botten aan de winter.

 

05

 

De eerste lentezon knipoogt

en neemt een foto van de Leie

waar de eerste lentezon op staat

die in de Leie knipoogt.

 

06

 

Een lente-uitje voor begijn Begonia.

Samen met begijntje Mimosa.

Gesteven wit is wel altijd schoon,

maar een beetje groen kan wonderen doen.

 

07

 

Lenteluikjes, vlinderbuikjes,

zwaluwstaarten, eenentwintig

maart en veeg in een bui of tien

de winter van de kaart.

 

08

 

Lente, wees gul, gooi niet met krenten

naar  Kortrijk aan de brede Leie,

maar laat de scharrelpaaseieren

van bimbambeieren rijkelijk gedijen.

 

09

 

Wat is mooier

dan de dooier

van de lentezon

boven dit gazon?

Ei, zo geel!

 

10

 

De luchtkus van een lentebries

beroert de kruinen van de bomen

en rimpelt strakheid uit het water:

het zoenoffer van een seizoen.

 

11

 

Geel en wit en groen en olijk

rijmen allemaal met vrolijk.

De beiaard vlakbij is een blijaard.

Zoen me begijnhoffelijk. Doen!

 

12

 

Broeder Jacob!

Hoor je dat dan niet?

De lente is losgebroken.

Uit je stee met je oude knoken!

 

13

 

De duif zucht opgelucht:

beter één kogel door de kerk

dan een hele hagelbui in mijn vlerk.

 

14

 

Tante Thee is op wandel

in dit hofje van begijnen.

Ontcijfer haar lentehoed:

geel + wit + blauw = zon in mei.

 

15

 

Hadewijch in haar hofje.

Anna met haar schopje.

Begga doet een sopje.

Lisabeth schiet uit haar slofje

 

16

 

Aan de lijn… kleur… start

belgerinkel lentetinten klokgelui

lente-uitjes tuinprimeurtjes

vogelfluitjes wandelgeurtjes 

 

17

 

Gletsjers smelten,  beken zwellen.

Struiken, bomen krijgen noten

op hun zang in de vorm van bloesems.

Doe de grote schoonmaak fluitend.

 

18

 

Ik groet U hartelijk op deze kinderkopjes.

Ik licht mijn hoed en hef mijn zwaluwstaart.

Goedemorgen Grootjuffrouw,
bent U in Uw nopjes?

Of bent U in een bui van maart?

 

19

 

Laat de lente langzaam zijn.

Behoedzaam als een hofbegijn.

Maar kras en fris en wis en zeker

niet armer dan warmer.

 

20

 

Lentewind kamt wintergras

tegendraads en blaast waterpas

de laatste roos van de kraag

van onze oude vorst, Koning Winter.

 

21

 

Wakkere bakker vroege vogels

Regengrillen zonnebuien

Maart speelt geen open kaart

April verguldt de pil.

 

22

 

Trijntje Begijntje
houdt van een wijntje.

Trijntje Begijntje

schenk haar een kleintje.

 

23

 

De tochthond niest.

Loopt daar een muis?

Groteschoonmaakbries.

Begijntje thuis, begijntje kuis.

 

24

 

Heeft de grote brede wereld

van de bruggen en de wegen

weet van dit hoffelijke binnenverblijf?

Wie kom je hier allemaal tegen?

 

25

 

De mode wil dat het weer lente wordt.

De lente wil dat het weer mode wordt.

Grillen, kleuren, lijnen, vormen, veren.

Begijntje zoek je allermooiste kleren.

 

26

 

Een vogel bidt in spreidstand

bovenal in het hemelblauw van mei.

Een stadsmuis spurt door het hofje

voor de duikvlucht uit de lucht.

 

27

 

Goede stilte luistert

naar lente en ruist

alleen als een zee

van stilte en blaren.

 

28

 

Wind niet toegelaten.

Het went wel.

Verboden te regenen.

Het schijnt dat er hier

voorrang van zon is.

 

 

29

 

Alvast een velletje minder

over je bast. Op de schaal

van dichter weeg je wat lichter.

Slank leve de lente.

 

30

 

Voorjaarsbui, eerste bliksem.

God schroeit met zijn lastoestel

de gaten in de ozonlaag dicht.

God is een dichter.

 

31

 

Dit lapje Japan in Kortrijk:

oud en lentefris.

Denk wat bloesemsneeuw erbij,

een bovenste beste bui in ’t Begijnhof.