28-11-12

BEGIJNHOFVERZEN (KORTRIJK)

BEGIJNHOFVERZEN   (KORTRIJK)                                       Joris Denoo

 

WINTERCOLLECTIE     

 

01

 

Begijn Begonia in haar hof.

Geheimzonnig als het zomer is.

Nu ingesneeuwd in haar gedachten.

 

02

 

Begijn Begonia in haar hof.

Appeltje voor haar dorst.

Ajuintje in haar tuintje.

 

03

 

Begijn Begonia in haar hof.

Duiven op haar dakje.

Voor wie met kerst een pakje?

 

04

 

Begijn Begonia in haar hof.

Aardse engel met een kapje.

Hoofdfiguur in een stilleven.

Begijn Begonia in haar hof.

Begard Edward waer bestu bleven?

 

05

 

Kamelen uit het wijze oosten.

Koningen die buigend knielen.

Zacht daalt vrede in het hofje neer.

Sneeuw is hoffelijk en inkeer.

 

06

 

De herberg is allang volzet.

Geklop aan deuren; dovemansoren.

Geen plaats meer, echt: bezet.

Zo wordt een kind geboren.

 

07

 

Warme adem van dieren.

Milde geuren van groen.

Herder of koning:

om een kind is het te doen.

 

08

 

Wees niet zo giftig met geschenken.

Laten we de grote vrede gedenken.

In deze kleinen hof van begijnen.

O! Ik krijg een appeltje cadeau!

 

09

 

Het sneeuwt kerstroos op mijn kraag.

Het wordt dus weer een witte kerst.

Op mijn lippen brandt die ene vraag:

Wanneer sneeuwt het zoals weleer?

 

10

 

Om de kalkoen is het te doen.

Of liever een sneeuwwit konijn?

Geef mij maar wat dennengroen

en dieren die in leven zijn.

 

11

 

Wordt het een navelwitte kerst?

Daalt doopsuiker uit de hemel neer?

Trek ik een slee met een kind erop mee?

Of regent het haaientanden alweer?

 

12

 

Ezel! Je vergist je van stal!

Zwijg, gij bemoeial:

beter een hof van begijnen

dan een hof van olijven.


13

Is het nu spar of den?

Is het nu kip of hen?

Is Kerst juist of is Kerstmis?

En ook dit laat me niet los:

Waarom komt ezel na os?

 

14

 

Dieren met kerst hebben pech.

Het is voor hen een lijdensweg.

Kalkoenen gaan in de oven.

Kiekens draaien aan spitten.

 

15

 

Konijnen moeten eraan geloven.

Hoenderen en gevogelte

worden bij bosjes neergekogeld.

Niet enkel kindekens krijsen.

Ook fazanten en patrijzen.

 

16

 

Angstige schapen liggen bij nachte

op slagers en messen te wachten.

Hosanna in den hoge.

Lik uw lippen, spits uw oren:

is ons een vleesetertje geboren?

 

17

 

Soms had je er aardig de pest in

omdat ik zo bitter weinig zei

en altijd mijn kleverige vingers

op je mooie meubels en muren lei.

Maar elke dag werd ik iets groter

en al vlug was ik zo helemaal volwassen

dat je al die kleine handafdrukken

weer eigenhandig d' erin wou krassen.

Ook kreeg je toen van mij een poot

zodat het je elk jaar weer te binnen schoot

hoe ooit die smeerpoetsvlek op je nieuwe jas

die laatste avond van december was.

 

18

 

Weer is een jaar verstreken.

De sjampie stroomt met beken.

Fortis, Fortuna, jezusmaria:

vlug, geef ons als de wiedeweerga

onze zuurverdiende centen terug.

 

19

 

Och Here Jezus.

Hier hangt een mistletoe.

Geef me dus vlug een kus,

of ik roep hardop boe!

 

20

 

Kerstgelui in Kortrijk,

klinkt zeven bruggen ver,

koningen op de promenade,

engelen rond de halletoren,

het kind is weer geboren.

 

21

 

Kalkoen en cognac, dennengroen,

cadeaupapier in oorlogskleuren,

kerstkonijn en glühwein,

vrede op aarde, kaarsengeuren,

cognac en kalkoen, dennengroen.

 

22

 

K in Kortrijk.

Het mirakel van de takel

diep in de put met prut.

Kerstkoopjes maar niet blut.

 

23

 

Pal boven de stal

verscheen met een knal

een ster aan het firmament

zomaar zonder een wonder

als een reuzenkrent.

 

24

 

Het kindje van kerst

is weer eens ververst.

Het eet pap uit een panneke

en moeder Maria maakt er dan

weer een winterliedje van.

 

25

 

Wie vindt er de winter

zo glij en zo glad?

Pas op voor het rijm,

pas op voor de dichter

of je ligt er.

 

26

 

Vriezemaan Glijbaan

Wafelbak Glas cognac

Filet pur Grieppiekuur

Wintervoeten Beste groeten

 

27

 

Bof je even

in dit hofje.

Schier een eiland.

Ei zo na een republiekje.

 

28

 

Wie niet weg is

is gezien in 2013.

Proef op de som:

negen kreeg de zegen,
tien was gezien,
elf bleef zichzelf
en nu van dozijn naar dertien,
begijn.

 

29

 

Lied voor als het ooit nog sneeuwt

 

Klikkerdeklakker.

Het sneeuwt op de akker.

Ik sleur een slee

met een kind erop mee.

Kippenhok en kolenkit.

Alles is wit wit wit.

Ik sleur een slee.

Kerstekind doet mee

met een slee in de sneeuw.

Klikkerdeklakker.

Word wakker, word wakker.

Maak plaats voor ons twee.

Klikkerdeklakker.

Het sneeuwt op de akker.

Hei, glij je mee?