04-07-11

DE VUILE CINEMA

 

Op weg naar grootmoe

moesten we door iets gevaarlijkers

dan een bos passeren.

’t Visstraatje lag in de volksmond bestorven.
Daar hing niet alleen de geur van vis.
Er woonden ook wijven.

De blote zonde lichtte op in de vitrines.
Dat wil zeggen:
waarover men niet spreekt,
dat plakt men af.

We krégen nu eens licht in de duisternis!

Mama, waarom kunnen we de prijs niet lezen?
Gauw, vooruit, stap maar door.

Grootmoe had koekjes en chocomelk.
Op zondag soms konijn met bruin bier.
Het was een lange wandeling geweest.