27-07-10

ASTAIRE, ROGERS

     

De tram rolt weg.

De trein verdwijnt.

En toch nog even een tapdansje

op het scherp van het straftoestel tijd.

Een ijsbloem hangt ontnuchterd toe te kijken,

vastgevroren aan het venster.

 

Een bons en de boss komt eraan;

zijn havanna ademt een reëel gat

in de ogenschijn van eeuwigheid.

 

Ach, even kreuken met de deukhoed,

even rollen met de dollars,

en hop, tip top, tip tap, tap tap:

tap tap tap tap tap tap taptoe

 

Vacuüm verpakt

even stilhouden

op de eigen as.

 

Tussen twee duize-

lingen in even

balanceren

op hete kolen.

 

Didn’t they shoot us, Ginger?

No Freddy, we were saved by our shadows.

03-07-10

LUTETIA

LUTETIA (CIVITAS PARISIORUM)

De koele vriendelijkheid van de ober, kan ik mee om.
De duif die dwars door mijn hart scheert, kan ik mee om.
Een langzame dood door gebrek aan slaap, kan ik mee om.
Een immobiel bestaan bumper na bumper, kan ik mee om.
Een overdosis aan ingehouden theatraliteit, kan ik mee om.
Gewurm en gezweet onder de grond, kan ik mee om.
Het zoveelste gebedel om aandacht en brood, kan ik mee om.
Toeters en bellen in flarden van mist, kan ik mee om.
Ontbreken van stilte terwijl niemand iets zegt, kan ik mee om.
Haastparels hoesthoeken hangstaarders, kan ik mee om.
Geheel te onthouden dampen en wasems, kan ik mee om.
Duivelse spuwers en heilige hoeren, kan ik mee om.
Huiverkerken zweetspektakels gevangenisproza, kan ik mee om.
Smeekbedes om diepte in gulden snedes, kan ik mee om.
Portes de çi et marchés aux ça, kan ik mee om.
Pruisen en Zwitsers en Kelten en Goten, kan ik mee om.
Het dreunen van drilboren op zondagen, kan ik mee om.
De duikvlucht van grasgroene flessen, kan ik mee om.
Gejuich en gejoel uit reisbussen ontkurkt, kan ik mee om.
Schijtwitte daken bij vlagen van ouden van dagen, kan ik mee om.
Een snack en een beet om de volgende hoek, kan ik mee om. 

Als het maar Parijs is.