22-11-09

STAVELOT

Dus begaf ik me naar Stavelot. Dat is zeer ver voor een Vlaming. Maar veelbelovend, want ergens anders. Betrof dit wellicht een in een opwelling gepleegde oostelijke wraakoefening van mijnentwege? Ontgoocheld zijnde in het geslotene van Stavele (weliswaar met zijn weiden die wiegen en zijn aloude jaartallen op bruggen en wegen) reed ik dus naar kortebroekenland Stavelot. Verkennen was mijn plan, bijvoorbeeld Plopsa Coo en ‘mythisch’ Francorchamps, bij school- en andere reizigers bekend. Echter: mobiliteit speelde me parten. Ik wil hiermee zeggen: immobiliteit. Politionele linten, kegels en eenarmige poppen wapperend en wuivend wezen me de weg niet. Ik verloor het met banddiktes en neuslengtes van vele andere automobilisten en keerde terug. Kust ze, Oostkantons.

04-11-09

STAVELE

Stavele, dat is ver en dat is niet ver, en tweemaal dof. Heb ik Stavele wakker gemaakt of verontrust die bewuste donderdag? Alweer komende van de bunkerzone van Zuydcoote (zijn zon als een weldadige eierdooier in een zwerk van kuddeschapenachtige watten wolken dobberend!) deed ik omwille van enkele omleidingen Stavele aan. Afstappen was mijn plan, ter hoogte van een bijzonder aangenaam eethuis, dat ook op wijzers aangekondigd stond. Echter: alles was gesloten. Rood-witgeruite doeken voor de ramen spraken boekdelen. Gvd, héb dan eens een eethuis in zo’n godvergeten gat in het holst van de junimaand! Met het nodige lawaai heb ik mijn bolide dan maar met een omtrekkende beweging doorheen dit dode Stavele gestuurd. Ze moest het maar weten, de bevolking.