30-10-08

BIJSLUITER

Achtentachtig soorten dronkenschappen. Vierenvijftig misverstanden op een rij. Net zo goed en net zo min een aantal goden, wetten, dromen, daden, regels en bezwaren. Duizend keer zag ik je zitten. Duizend keer kwam ik weer thuis. Boeken en verhalen proberen steeds weer te herhalen dat het waait omwille van de wind, dat als het regent dat een reden heeft, en dat de zon het zout is in een ander zuiden dan in de stomme films van wij die dromen. Maar dit is leven, liefje, tussen wee en reutel. Dit is leven, liefje, gekakel en een keutel. Dit is een Rusland omwille van de liefde. En het moet waaien. En het moet sneeuwen. En wat ver is, moet echt wel heel ver zijn. En treinen moeten pijn hebben, die je kan horen. En afstand moet gelijk zijn aan ongeneeslijk gezond. Nietwaar, dokter Zjivago? Nietwaar? En ook Gainsbourg herinnert zich de bomen en de wind in hun gebladerte. En spreidt in al zijn dromen rookgordijnen uit, en bladert, bladert, door het Rusland van zijn hart, de hoofdstad van zijn lijf en leden, dit Parijs waar licht en liefde blijven weifelen tussen dromen en bedrog en dodelijk gezond. Zevenentwintig oscars voor de beste bijrol. Honderden verhalen met een open einde. Longen, nieren, ogen, handen, ballen en maar één luttel hart. Enkelvoudig enkelvoud aan de ene linkerkant. Als ik met mondjesmaat jouw gif ben, laat ik je heden weten: ik hou van jou. Op de bodem van elk glas, in de rook van zeppelins, aan koudefronten, keerkringen en polen, in alle staten, en vooral de mijne, over datumgrenzen, in kaffaten, na zovele treinen, o tsarina, laat mij je zachte revolutie zijn. Dit is mijn bijsluiter, niet eens gedicht, maar vaak gedacht: wacht, ik hou van jou.

12-10-08

SONG 4 SOMEWHERE ELSE

Maar ik wil hier niet zijn. Niet langer; niet later. Als zanger; als pater. Nee ik wil hier niet zijn. Gebergte, geboefte, gedierte, getater. Maar ik wil hier niet zijn. Nee ik wil hier niet zijn. Het regent op dinsdag in Rome. Een paling lacht blauw in het groen. In Londen vergast zich een dode. Ik zou eens iets roods willen doen. Vergrijzing in ’t zicht van de haven. Het anker zo oud als een kanker. En blauw als de plek in mijn leven draait vierkant de wereld in ’t rond. Verdomd nog an toe Katmandoe. Ik brand van verlangen naar olie, olijven en jakboter toe. Veel wijven en zessen, tandoori. Het westen ligt buiten – de resten zijn eilanden, bijnieren, vijgen verdorie. En vlakker dan Moeren, o makker, en Frieser dan stilte is zwijgen. Je pense donc je suis passe-partout. My merry goes round in my head. AA-melk en B-films en Serum Novarum en dot.com.bébé. Het wordt en het zal en het wil en het moet en het kan zonder pil en desnoods via tunnels o baby. Je suis donc je danse aujourd’hui.