28-11-07

AAN MIJN SLECHTE LERAREN

Ik heb me doodgeleefd. Er was te veel cultuur om me heen, te veel stad en late lampen. Wat natuur betreft waren er op den duur maar twee seizoenen meer: de avond en de nacht. Daarvoor en daarna deden zich de boeken voor, vaak in hetzelfde bedje ziek van nicotine, alcohol. Ik heb me dus doodgeleefd, tamelijk lang en soms gelukkig. Geen enkele dokter heeft me ooit gezegd: dit boek moet je niet lezen, of me een film verboden. Integendeel. Mijn bijsluiter bestond alleen maar uit geboden. Zie dat. Doe dit. Drink dat. Proef dit. Lees zus. Schrijf zo. Schrap dat. Koop dit. Zeg dat. Loop heen. En nu zeg ik: kust ze, mijn voeten, u vindt ze aan het einde van mijn Latijn. Mijn hoofd hou ik nu zelf wel koel.

18-11-07

AAN MIJN GOEDE LERAREN

En ik die ooit en altijd Oude Hein wilde zijn: een hoogbejaarde edoch krasse knar uit een magazine mijner jeugd. Hij bewaakte met een lamp en pretlichtjes in zijn ogen bij nacht en ontij een put in de straat vlak bij zijn aloud woninkje, opdat de mensheid er niet in zou vallen. Ik wou eind jaren ’50 al oud zijn, maar nog niet helemaal dood. Ik wou jeugd en naweeën daarvan overslaan. Bereid tot het afdragen van kleren (ouwe sokken gn. prblm.) Ging onmiddellijk voor het Grote Werk: het redden van mensen uit putten, terwijl het stormde over de aardbol en regen de bomen geselde. Gelukkig waren er nog de boeken, de verhalen. Maar velen zeiden onderweg: lees de spoorboekjes, raadpleeg tabellen, ontcijfer vraagstukken. En iemand zei plots: zet er een punt achter. Droom maar verder.

07-11-07

REPETITIE

Ramen kunnen huilen van de regen. Iets kan ver weg klinken, als een 78 toerenplaat. Licht kan bomen doorstrepen. Wind kan aanzetten. Een molen kan een kruis slaan. Ik kan huilen.