18-11-07

AAN MIJN GOEDE LERAREN

En ik die ooit en altijd Oude Hein wilde zijn: een hoogbejaarde edoch krasse knar uit een magazine mijner jeugd. Hij bewaakte met een lamp en pretlichtjes in zijn ogen bij nacht en ontij een put in de straat vlak bij zijn aloud woninkje, opdat de mensheid er niet in zou vallen. Ik wou eind jaren ’50 al oud zijn, maar nog niet helemaal dood. Ik wou jeugd en naweeën daarvan overslaan. Bereid tot het afdragen van kleren (ouwe sokken gn. prblm.) Ging onmiddellijk voor het Grote Werk: het redden van mensen uit putten, terwijl het stormde over de aardbol en regen de bomen geselde. Gelukkig waren er nog de boeken, de verhalen. Maar velen zeiden onderweg: lees de spoorboekjes, raadpleeg tabellen, ontcijfer vraagstukken. En iemand zei plots: zet er een punt achter. Droom maar verder.

De commentaren zijn gesloten.