09-09-07

HERFSTVERTELLING

het ketsen van een oude buks bij valavond en in de glooiing tussen dag en nacht struikelt stervend een dier. duisternis beklimt het licht. ik verwelkom mijn schaduw mijn bondgenoot. gevangen in de lichtkegel van volle maan hapert een droom, valt stil, suist daarna met de loslippigheid van een klappende ballon zijn eigen betekenis voorbij. een dwaze knal. en ik ben wakker, weer pijnlijk wakker en aan de zuigende matheid van het raam kleeft zichtbaarheid van regen. regen en het geluid dat regen zichzelf aandoet. het luik naar november is opengeklapt en mijn gesperde ogen pogen draagwijdte daarvan te omvatten: van regen, en dat er doden te herdenken vallen. veel doden in de oude maand november. zij reizen, herrijzen, verdwijnen, verschijnen, aan stikstof ontstegen, zij liggen ter plaatse, van heinde en verre, in dalen terneer, in talen ter wereld, in namen van zonen, zij kruisen symmetrisch, in namen van vaders, zij krijsen voor eeuwig, zij doemen weer op, de modder, de heuvel, en waar toen de dampen hun ogen verdoofden, smaakt nu de praline in godsnaam naar vrede.

De commentaren zijn gesloten.