28-06-07

MIS

Hier en daar dobbert een mensenhoofd op een stoelenzee. De heilige mis is weer geen succes.

26-06-07

SAMEN OP WEG

Ik beschreef andermaal een omtrekkende beweging en begaf mij spoorslags naar belendende buitenlanden zoals daar zijn: Engeland, Frankrijk. U wenst alleszins met mijn diareportage eenzelfde beweging uit te voeren?

18-06-07

BLOGGER'S SONG

Ik ben de menner van een zesspan. Ik rijd bij duisternis als nachtvorst uit. Ik beheer de teugels en de voorraden, en boekhoud dagelijks de spoorslagen. We rijden in het midden van een weg – een van de vele draden op het web. Het kan gebeuren dat we groeten, naar een koetsier aan een afspanning of naar een ander span aan een tussenhalte. Mijn berline zit vol met boeken, dat wil zeggen: gedichten en gedachten. Er zijn zes paarden voor nodig en een menner om dit alles rond te brengen. Wat ons drijft, wat ons vervoert, wat ons jaagt en wat ons jakkert: de wind, de einder en de tijd. Alles warrelt, alles sneeuwt, alles stuift. Het klappen van de zweep vertaalt zich in geratel en getrappel. We zijn thuis vertrokken en hopen ook voorspoedig thuis weer aan te komen. Daartussen beschrijven we geschiedenis en vertonen we verbeelding. Een blogger is een menner tegen beter onweer in. Hij rijdt en waadt door mist en water, zingt zijn zwanen- of sirenenzang, voor later,en eindigt met een interrobang.

 

Interrobang

11-06-07

MEI

Een Luftwaffe van inktzwarte kraaien belaagt een moeder merel. Dit moet mei zijn.

01-06-07

GALGENMAAL

Een kraai wiekt door de lucht. De zon zakt bloedrood tussen wolken. De avond valt. Mijn maag rommelt als een doodstrom; ik kokhals. Dat geklop daarbuiten komt niet van een specht: een gespierde timmerman bouwt een schavot voor mij. Een boze kok slijpt een valmes de breedte van mijn hals. Rodekool: mijn purperen doodvonnis. Mijn leven rolt zich als een film voor mijn ogen af: ijs en hamburgers, kroket, ketchup en friet. Maar dit! De doodstraf wacht. Ik ben dapper. Straks komt de gevangenisaalmoezenier. Ik ben niet te bekeren. Hij mag mijn rodekool. Of de cipier. Vaarwel, vanuit mijn dodencel.