01-06-07

GALGENMAAL

Een kraai wiekt door de lucht. De zon zakt bloedrood tussen wolken. De avond valt. Mijn maag rommelt als een doodstrom; ik kokhals. Dat geklop daarbuiten komt niet van een specht: een gespierde timmerman bouwt een schavot voor mij. Een boze kok slijpt een valmes de breedte van mijn hals. Rodekool: mijn purperen doodvonnis. Mijn leven rolt zich als een film voor mijn ogen af: ijs en hamburgers, kroket, ketchup en friet. Maar dit! De doodstraf wacht. Ik ben dapper. Straks komt de gevangenisaalmoezenier. Ik ben niet te bekeren. Hij mag mijn rodekool. Of de cipier. Vaarwel, vanuit mijn dodencel.

De commentaren zijn gesloten.