21-11-06

GOD

God is een gemak. Je kunt erbij gaan zitten. Of even door de knieën gaan. God is een aanvaardbaar spraakgebrek. Voorwaar: een God is een gemak. Latijn mag best gelispeld worden. Of onbegrepen ruggelings gemompeld. Want God praat zelf in beelden. Zo was er eens deze gelijkenis: Ik ben die ben, welzeker. God is ook een donder. Zwaard, vuur en bliksem. Hinderen uw kinderen u? Wel, voorwaar ik zeg u: het zijn de uwe niet. God is een ongemak. Zeven plagen, rotsen, zand. Het offeren van zonen door vaderen. Godverdomme, waar gaat dat over? Telt dit gedicht als tegenwicht voor de molensteen rond mijn nek in het diepste van de wateren? Ach, God is een gemak. Zolang Hij maar voldoende dood blijft.

De commentaren zijn gesloten.