31-10-06

MAAR DE REGEN (1)

Ik heb de dingen goed bekeken. Ik kan de dingen goed verbergen. Ik zal de dingen niet vergeten. Maar de regen. Ik help de woorden voor me werken. Ik weet hoe veel de woorden wegen. Ik zal de woorden wikken, schikken. Maar de regen.

29-10-06

BLADERNIEUWS

Bladernieuws. Op de Boekenbeurs 2006 in Antwerpen ben ik met werk vertegenwoordigd bij de uitgeverijen De Eenhoorn, die Keure, Poëziecentrum en Cego. U herkent me aan mijn inktzwarte schoenen.

22-10-06

ARFEUILLE

Arfeuille! Gij tandpatser die ijzers buigt tot het volk rillingen krijgt die als koortskromme regenbogen boven markten & pleinen gespannen staan! Gij verduivelde Baard uit Vlamertinge & aanpalende Heerlijkheden. Zet gij uw tanden in een spel, wel, dan is het klapperen geblazen. Spant gij uw spieren in uw vel, dan is het gegooi in alle glazen. Arfeuille, Titaan uit Vlamertinge, gij die alle zware dingen bijt en plooit en opvouwt en honderden kilo’s zomaar weggooit: trek de hemel eens met uw tanden nader, tot ons allen, voor ons altegader. En als hij echt bestaat, die god de vader, zie dan, Arfeuille, dat je hem niet meer loslaat. Trek dan met uw sterkste wijsheidstand en sleur verdorie dat beloofde land maar nader! Arfeuille, op u zet ik mijn joker. Kies een tandenstoker die van pas is. Er zijn twee winnaars in u. Dat, Arfeuille, is echte poker, en geen toneel à la Massis!

17-10-06

MASSIS

Massis! Gij mammoet uit Gent! Gij toneelmeester zonder pardon, gij politieker zonder plastron. Als gij een trein vertrekt, ewel, begot, dan is dat spel wel op tijd niewaar! Wat zoudt gij zonder tanden zijn als g’uw partij wenst toe te spreken. Hei! Goliath uit d’omstreken van Gent! Zet gij eens met uw zegelring een stempel op de deur van ’t Minnesterie van Teleurstelling. Dat ze ’t maar goed geloven in die tempel! Dat ge d’er zijt tot spijt van wie ’t benijdt: wie met zijn tanden paarden en loco’s tegengaat en met zijn handen gensters slaat, is voorwaar een kunstenaar. Massis! Leeuw van Schelde en van Leie! Ik zag u graag op de teevee. Wanneer doet ge nog eens mee? ’t Is maar dat ge concurrentie hebt: mijn zoon haalt al eigenhandig een entrecote van 3 kilo uit mijn frigo, en hij traint nu ook al voor een rol in een tolkshow met meiden & stoere bonken. Ware het niet van die melktanden, ’t was al lang geklonken. Ik sluit hierbij, Massis, in een goede bui: gij zijt de sterkste, en niet Arfeuille!

08-10-06

DE GELUKZAK

Kwam persvrij ter wereld. Speelde executie met tinnen soldaatjes. Dacht dat ze zijn sneeuw kwamen stelen toen hij van in zijn hoge stoel aan het raam de grote jongens in zijn straat voor zijn deur sneeuwballen zag rollen. Durfde geen appel te eten in het bijzijn van anderen vanwege het lawaai. Vond in korte broek zijn magere billen te breed uitdijen over het stoeloppervlak. Zag voor de eerste keer de zee op teevee. De gelukzak, getverderrie.

01-10-06

BOOMMELDING

Oei, opgepast: een boom. Kappen met die droom. Maak puin van die kruin. Hij pakt mijn licht af. Hij staat in mijn weg. Ik plas hem omver. Ik knal ertegenaan. Hij mag daar niet staan. Oei, opgepast: bomen. Laat de ontbladerdienst komen. Laat de takkewijven komen, de kettingkappers, de kaalkruinen, de stamdaders, de schorsers. Oei, een boommelding. Boem! zeg ik tegen die boom. Boem! Boem! Boem! Boem! Want vele bomen maken een bos. Maar bossen zijn voor boze wolven, rosse vossen, rare rode kapjes en boeken- en andere houtwormen en grootmoes op antieke houten benen. Hakken dus die handel! Versplinter die partij! Oorlog aan die stammen! Ontluizen maar die kruinen! Verbranden al die blaren! Oei, opgepast: nog een boom … !