26-09-06

ONDERSCHRIFT

Ik was hier maar even. Dit noemt men dan leven. Was het goed, was het slecht? Ik weet het niet echt. Maar dit ben ik zeker: het kon niet echter, het kon niet beter, het kon niet slechter, het kon niet langer. Nu is het echt wel uit. Vandaar mijn besluit: zo, dat was het voor heden. Morgen is dit verleden.

19-09-06

SEATTLE

Schat, zullen we samen naar Seattle gaan waar het regent zonder weerga? Bij de slagers barst het van gebroken harten en de grijze luchten wegen zwaar als lood. In abattoirs spat het van de aders en nergens kom je natter klaar dan hier: this is the place to be, chérie. Liefde rilt in etalages, glimt in straten en op pleinen. Op terrassen liggen plassen. Laat ons slordig zijn en in slecht weer verdwijnen. De smaak van nikkel na een nacht van honing. Morene op het aangelaat en modder in de mond. Het linnen geurt daarbinnen: in dit hotel gaan we van bil. Stil. Gezegend zij de regen. 

12-09-06

GEHEIMZONNIG GEDICHT

Een vos loopt in het bos over het mos. Met zijn plumeau strijkt hij langsheen bestofte struiken. Hij heeft de kleur van avondzon. De zon verft het afgestofte bos ros. Een rosse vos loopt over het groene mos. Kip, kijk uit, want de vos vindt niets mooier dan een dooier.

07-09-06

KEUKENGEHEIM

Veeg het licht aan & betrap ragfijne kalligrafie. Laat u dat hangen of laat u zich vangen?

06-09-06

MOLEN

Een molen is een huis dat de armen niet kruist. Een molen is te gek om los te lopen. Hij draait wat vierkant in het rond. Hij is soms even in zijn wiek geschoten, maar houdt van middelpunt en plattegrond. Een molen is een boetezegel met een kruis erdoor op het landschap. De tijd drukt zijn stempel, dateert en stuurt de molenaar dan wandelen. Een molen maalt wat om een baaldag. In de zachte meetkunde van zijn armen heeft hij al zoveel wind gevangen en om stil te vallen is de zwaartekracht te klein. Luister: een goede molen schuifelt ieder jaar een broodlengte vooruit, maar hij is echt te gek om zomaar los te lopen.