30-08-06

ONVASTSTAAND FEIT

Er zaten weinig mensen in de bus naar Oostrozebeke. In die naar Dadizele daarentegen …

28-08-06

REIS

Ik ben afgestapt te Lampernisse - komende van Cadzand-bad, jawel -, want ik wou overal het land zien en de zee, maar vooral wind zonder de ervoor. In Westende had ik getwijfeld (daar woei nl. een mooie wind). Maar de plek eindigt op de. Vandaar. Iets met ritme: Lampernisse. Mooi, heel mooi. Bovenal wind. Volgden nog Mannekensvere en daarna het hinterland van Dixmuude. Even twijfel te Leffinge en Stuivekenskerke. Tja. Die dag ook sleepte de politie van en in Oostende (de Koningin der Bed- & Badsteden) maar liefst 19 onvolkomen geparkeerde auto’s weg. Gelukkig kon ik zelf heelhuids mijn thuisbestemming bereiken. Dat is Heule, bij Kortrijk gelegen, het Pompei van het Zuiden. Waaide het daar? Ja. Woei is ook goed om het weer te geven. Daar is dus ook van alles te beleven. Te veel om op te noemen. Misschien was ik maar beter thuis gebleven.

20-08-06

EFEMERIDEN

In de beide Vlaanderen hadden wij tot dan toe nog nooit gehoord van de Scheppelijke Nete en dat deze Nete in het holst van de zomer buiten haar oevers was getreden. Godverongelukt, en hier in de Vette Polders stond Zoutenaaie gelegen in het hinterland van Veurne even in lichterlaaie. Wat een zomer!

13-08-06

WIT ZAND

 

 

 

 

 

De baardheilige Wilgeforte te Wissant, een vrouw in touw, pur sang.

07-08-06

SPAGHETTIBEDE

O kronkelende glibberige deegwaarding, gij die beweegt en lilt en verglijdt, en mij op z’n Italiaans verleidt, gij die soms plakt en kleeft, ik hoop dat gij mij mijn gulzigheid vergeeft. Want aan Uwe Bleke Slurperigheid en uw zuiderse temperament kan ik moeilijk weerstaan, hier, overal en op alle plaatsen wel te verstaan. Maar laten we mekaar ook goed verstaan: ik kom u eten en gij hebt het zweten. ’t Is dus geen kwestie van geweten: als het over kronkels gaat, zijn er altijd die het beter weten. Welaan dan, gij degelijk deegwaarding: ge kent uw plek. En ik ken mijn stek. Uw thuis is waar mijn bord staat, mijn onderkomen. Gij zijt hier altijd welgekomen.

01-08-06

MOSSELGEBED

O mossel, gij die geen vlees zijt, en eigenlijk geen vis, gij die alleen bestaat uit weekheid en pis, gij die in uw schulp kruipt en nooit eerste hulp krijgt terwijl het frietvet druipt: in uw geest willen wij leven. Als gij te vreten zijt, dan zijn wij tevreden. Al hebben we dan een lookprobleem. Ons gehemelte is uw zevende hemel, uw hel en uw eeuwig jachtveld. Uw dagen zijn geteld. De onze ook. Gelukkig zijn er nog de nachten. Die kunnen ook tellen. O mossel, ons koninkrijk voor uw zoute gedachten! Amen (samen).