26-06-06

KLAAR WATER

Ik kan niet zonder, vrienden. Al heb ik grote dorst naar zeer klaar water. Al valt er chemisch wel een en ander te verklaren. Ik kan niet zonder. Wie van u zonder kan, hij werpe het eerste glas.

19-06-06

LASSO

Het kind dat zijn vader op zolder zag hangen, zei tot zijn moeder onbevangen: jezuke is de dader, jezuke heeft met zijn lasso mijn vader gevangen.

05-06-06

HET MATROOSJE

Het matroosje met de gebroken rechterpink spreekt tot het bloemenvrouwtje: ‘Met akkefietjes die je rond je mens tot vrouwtje schikt en het flambouwtje van vertrouwen op het zedig schouwtje, o mijn poesje klein, o flamoesje mijn: je moest eens weten hoe mijn pink het weer vertikt. In een huilbuitje gehuld van neerslachtig glas waarvan het snikken zich dagelijks verzwikt in ademloze waterpasjes. Ach bloemenvrouwtje, vouw je venusblaadjes niet beschroomd tot alibietjes.’