05-06-06

HET MATROOSJE

Het matroosje met de gebroken rechterpink spreekt tot het bloemenvrouwtje: ‘Met akkefietjes die je rond je mens tot vrouwtje schikt en het flambouwtje van vertrouwen op het zedig schouwtje, o mijn poesje klein, o flamoesje mijn: je moest eens weten hoe mijn pink het weer vertikt. In een huilbuitje gehuld van neerslachtig glas waarvan het snikken zich dagelijks verzwikt in ademloze waterpasjes. Ach bloemenvrouwtje, vouw je venusblaadjes niet beschroomd tot alibietjes.’

De commentaren zijn gesloten.