29-04-06

OMDAT IK NIET KAN SCHILDEREN

Is gladheid tienmaal geboden. Met woorden moet je opletten. Alles wat je zegt, het geschrevene, voetbal poëzie?, welaan dan: schilderen is voetballen is strijken is kijken is breien is schrijven en viermaal afzien, kiezen en weten wat je niet weet. Deert het? Ja, het zweert allemaal samen om ter dichtst, soms om ter knulligst. En zo’n blad, och here god, gewillig gaat ook, het fietst er ook wel in hoor. Maar de president ontkent. Ik heb dit niet geschilderd. Gladheid geboden dus. Ik zal u met verve schrijven over wat mij niet beroert, want wat me wel beroert, blijft uiteraard van mijzelve. Ik voetbal, ik strijk, ik brei en rijm ligt alleen op daken van ansichten, niet in gedichten. Geen achterklap, alstublieft. Sneeuw is inkeer en nieuwjaar, maar gladheid, mijn god, doet u een bod?

25-04-06

MENSKUNDE

Laten we alsnog het woord mens maar weer door persoon vertolken. Het scheelt in graden en verbruik en het is quasi overal inzetbaar zoals het woord aap in eendere bossen.

21-04-06

T-BONE RITA

T-Bone Rita. Wat 'n stuk. T-Bone Rita. Lip op stuk. T-Bone Rita. Frambozenlipstick. T-Bone Rita. Eindigen die benen dan nooit?

19-04-06

PROEFBUISBABY

Een boreling weleer. Nu een borreling van leven. Ze kan al met stenen gooien en op haar handen staan. Haar eerste glas moet ze nog breken. Ach mevrouw, proefbuisbaby's kunnen net als echte kinderen reageren.

14-04-06

PORTRET VAN EEN EZEL

Omdat tijd is bedacht opdat niet alles tegelijk gebeure, stapt de ezel in wijzerzin vierkant in het weitje rond. In de gedachten van de ongeëzelden wordt hij daardoor voortdurend ouder, terwijl hij werkelijk nimmer meer jonger dan nu zal kunnen zijn. Ziet de ezel nakend heil bij de derde ronde ouderdom? Waarschijnlijk: hij stokt en kijkt de zondagsschilder met verve aan.

10-04-06

VERNISSAGE !!

Hij roert in potjes vol met diepgang, kommer ende kwel, veroorzaakt filevorming van veel woorden en strijkt (met) weidse gebaren naast zijn panelen uit (neer), op het matje van de kunst geroepen, gewapend met sigaret en glaasje apenzuur richt hij zijn penseel tot kakelbonte vernissagekippen zonder kop die helaas het gregoriaans van die haan eigenlijk niet echt verstaan, ze zijn alleen de koningin te rijk, dat er een roeping is!, en diepgang!, en puurheid!, en afzien!: certainement, maar dat doek daar, helpt dat tegen bloeden? er staat godbetert een prijs op, leggen hedenavond de kippen nog wat eieren?, het is met verve, vlak voor de dronkenschap, dat hij in openbare vervoering wat lijden etaleert, daarna valt hij zoals een bandwerker ten prooi aan alcohol, in een drenkplaats waar(van) het uithangbord ook uit de kunst is, verf mengt zich met pis, het is volbracht, een nieuwe Bacon in de kiem gesmoord, de galerij heeft hem vermoord.

04-04-06

POULIDOR

Zo is nooit iets af. Zo is niets ooit af. Zo schrijf ik elke dag straf. Zo straf schrijf ik elke dag. Zo is het dat ik afzie. Zo zie ik dat het niet af is. Nooit win ik, nooit verlies ik. Nooit vice, nooit versa. Want ik ben de Poulidor van de poëzie.