11-09-05

ENGELEN

Engelen staan uit luimen op die in een hoek samen zijn geveegd. De tochthond weet er meer van. Hij luikt een oog en ligt languit al eeuwen die geheimen te bewaken. Zijn lijf heeft hij veil: het heeft net de lengte van de scheur onder de deur. Uit zijn muil druipt wat kwijl.

De commentaren zijn gesloten.