26-07-17

MEN

MEN

 

Laten we alsnog het woord mens

maar weer door persoon vertolken.

Het scheelt in graden en verbruik

en het is quasi overal inzetbaar

zoals het woord aap in eendere bossen.

01-07-17

DE DICHTER HIJ LIGT ER

DE DICHTER HIJ LIGT ER

 

Mijn hond zou in de winter wonen,

de maan dan schuilen achter wolken.

Er was ook wind uit oude dagen

en de veerman zou van kou gewagen

 

die niet meer ophield tot die brief er kwam

waarin de wereld om verschoning vroeg

voor wat mij allemaal was aangedaan:

miskenning jegens mijn geniaal bestaan,

 

als een rimbaud in een bos van dwaling,

een baudelaire wiens schrijven voor verdwazing

doorging. Men zou dan eindelijk beseffen

dat mijn pen 's werelds raadsels op kon heffen.

 

Die bode zou ik schielijk groeten, desnoods

een glas aanbieden voor zijn wintervoeten.

Pas als hij dan weer was weggegaan,

zou mij het lachen nader dan het huilen staan.

 

In deze rimboe van verwarring zou ik zegevieren,

in dit dorp van dwazen alsnog de trommel slaan.

Zingen zou ik, dat ik het altijd al geweten had:

een dichter weegt zo zwaar als zijn gedicht,

maar soortelijk stijgt hij over zijn gewicht.

06-06-17

TIME IS ON MY SIDE

TIME IS ON MY SIDE

 

Tijd ligt aan banden om polsen.

De zandloper is trouw tot de laatste korrel.

De metronoom verkavelt om de haverklap.

Met de regelmaat van een boeddha

wordt het telkens weer later als vroeger.

 

Maar tegen de klok in wordt geschreven:

tegen beter weten in overleven.

01-05-17

SCHRIJVEN

SCHRIJVEN

Vulpen en Picon op scherp.
Nu nog een onderwerp.
En dan dat Ene Boek.
Maar die verdomde zon.
Mijn goeie bril is zoek.
Een mus op het gazon.
De kat wil nu naar buiten.
Het ruikt al lekker.
Ik hoor buurman fluiten.
Haal de stekker er maar weer uit en
neem ook je Picon mee naar buiten.

15-04-17

MEMORY LANE

MEMORY LANE

 

Bomen zomen deze straat af.
Zonder einde.
In hun kruinen ruist rumoer van revolutie.
In hun takken kraakt een voorraad vrede.

Oud zijn ze.

Stambomen hebben zich
aan hun boomstammen geschurkt.
Hun schors gepeld, hun jaarringen geteld.


Als de wind door deze bloemlezing van bladeren lispelt,
herinnert de kruin zich de wortel,
zoals de wortel zich de kruin herinnert.

05-03-17

VERLICHTE GEDICHTEN

PERSBERICHT VERLICHTE GEDICHTEN


Na ‘Amuzementen’ (Leerboek met concrete sessies Muzisch Taalgebruik) publiceert uitgeverij Acco Leuven/Den Haag nu ‘Verlichte gedichten’ (Leerboek over omgaan met poëzie + bloemlezing gedichten) van Joris Denoo. De doelgroep is opnieuw jongeren van 9 tot 14 plus hun juffen, meesters, leraren, docenten of begeleiders. Ook buiten een schoolcontext kan ‘Verlichte gedichten’ functioneren. Leuk, concreet en leerzaam. Net als ‘Amuzementen’ dat kan. Denkt u hieraan ter vervanging van het klassieke paasei, de nieuwe vulpen, het zoveelste kookboek voor een verjaardag, het moeizaam bedachte sintcadeau, de eindeschooljaarsgift aan uw teamgenoten of bij bezoek aan de Boekenbeurs. U kan dit leukste en leerrijkste poëzieboek voor jongeren en ex-jongeren ook vlot bestellen via www.acco.be, rubriek Uitgeverij. Ook voor 'Amuzementen' kan dit nog. Lukt dit niet, dan kan dat ook via joris.denoo@telenet.be of 0479630279. Hier kan u ook een concrete Taalmuzische workshop voor juffen en meesters bestellen, en voor uw pedagogische studiedagen, waarin de beide leerboeken geconcretiseerd worden. September 2017 publiceert de Nederlandse uitgeverij Kleinood & Grootzeer ook een nieuwe dichtbundel van Joris Denoo:  ‘Zwaartekracht’. De gedichten hebben een heel specifiek thema.

Bron van inspiratie

'Verlichte gedichten' biedt een mooie bloemlezing poëzie, waarin niet alleen leraren, maar ook leerlingen inspiratie kunnen vinden. Het boek levert bovendien gespreksstof over poëtische teksten van allerlei slag.

De auteur

Joris Denoo heeft jarenlang ervaring als docent aan de Lerarenopleiding van Vives, campus Torhout. Hij is ook schrijver, dichter, blogger en columnist en werd bekroond met allerlei verhalenprijzen.

Contact

Voor een persexemplaar, de boekcover en de contactgegevens van de auteur:
Camille Vielvoye, camille.vielvoye@acco.be, 016 62 80 51


Amuzementen. Muzische momenten met taal, Acco, ISBN 9 789033 480591
Verlichte gedichten. Omgaan met poëzie, Acco, ISBN 9 789463 441216

September 2017

Zwaartekracht. Gedichten, Kleinood & Grootzeer (Nl), ISBN/EAN 978-90-76644-83-7

CoverVG.pdf

16-02-17

DUINEN

DUINEN


licht ons op laat ons staan
vervoeg ons tot een honderdvoud
neem ons op de korrel
maar verklap dit eiland niet

verbuig ons onder brekend licht
sta ons toe u nader te bepalen
verdwaal met voorbedachten rade
maar bewaar wat wij verbergen

waad met langzame gebaren
door dit meervoud van een weelde
grijp ons aan heb ons liggen
bestijg onze rimpelflanken

omschrijf dan dit verwende nest
met een zilte regenboog van woorden
en vertel vooral de mensen niet
van deze schroeiplek zonder weerga

17-01-17

ISFAHAN

ISFAHAN

 

De telbare tijd telt niet.

Iets anders moet ons aanvloeien

en ons de neus doen ophalen

voor het tussenschot dat leven heet.

Dat riekt naar einde:

een soort uitgeteldheid

waar stank en brij na volgen,

desgewenst as na vuur.


Zei de tuinman.

24-12-16

GALGENMAAL

 Galgenmaal

 

Een kraai wiekt door de lucht.

De zon zakt bloedrood tussen wolken.

De avond valt. Mijn maag rommelt

als een doodstrom; ik kokhals.

 

Dat geklop daarbuiten komt niet

van een specht: een gespierde timmerman

bouwt een schavot voor mij. Een boze kok

slijpt een valmes de breedte van mijn hals.

 

Rodekool: mijn purperen doodvonnis.

Mijn leven rolt zich als een film

voor mijn ogen af: ijs en hamburgers,

kroket, ketchup en friet. Maar dit!

 

De doodstraf wacht. Ik ben dapper.

Straks komt de gevangenisaalmoezenier.

Ik ben niet te bekeren. Hij mag mijn rodekool.

Of de cipier. Vaarwel, vanuit mijn dodencel.

21-11-16

{VERBORGEN} AGENDA

[ Verborgen ] agenda

 

Hoe minder het moet hoeven, hoe beter.

Het polsstarrig tikken van een tijd

mag als een dwaas record

voortdurend weer verbroken worden.

Een mum, een kik, een tel

krijgen voorrang van slechts zichzelf.

Wie buiten de tijd aantikt,

komt in de goede boeken.

Wat het bestaat niet op te vallen,

krijgt om ter roodste voorsprong.

En alsof dit alles nooit genoeg is,

mag er met scherp geschoten worden

op de bewijsgeer en de landmeter.

Immers: de aarde is voortdurend rond.

Men komt steeds zichzelf weer tegen.

Alleen het overbodige luistert nauw:

een mandje fruit op de evenaar,

een stomme film in Bombay

en op een motorkap een spiegelei.

 

Wat kan het warm zijn

als het niet koud is.

07-10-16

{HORS D'} OEUVRE

[ Hors d’ ] oeuvre

 

De grootste zwijger schrijft niet.

Hij stapelt woorden als een wering

waarachter het oorverdovend stil blijft.

Dat zwijgen is zeer hevig daar.

Het stuit, uit volle borst.

Aldus is deze stilte zo geletterd,

dat zij alles overstemt.

Want zij is niet opgelegd.

Zie: noch de ogen, noch de schreeuw

zijn gesperd.

 

Wat kan een klein gerucht

een grote stilte doen ontstaan.

 

23-08-16

CONTE D'AUTOMNE

CONTE D’AUTOMNE

 

De zon hangt in de touwen.

Het oker grijpt de bomen.

Ik laat de lampen branden

en ook de poort blijft open.

 

De klok vermaalt het wachten.

De muren spitsen oren.

Contouren gaan vervagen.

De wind verdwaalt in avond.

 

Ik wou je zeker schrijven.

De herfst verzamelt blaren.

Hij bloemleest nerven, scherven.

Maar wat laat ik jou lezen?

 

De dagen worden jaren.

De tijd wordt wijzer, wijzer.

Dat tikken is verstikkend

en ik word grijzer, grijzer.

 

Ik heb er geen verhaal op.

Het blijft bladstil; ik weifel,

maar laat de lampen branden

en ook de poort blijft open.

 

21-06-16

SPOORLOOS

SPOORLOOS

 

Tegen strakke blauwte bovenal
bidt een zwever
met gespreide vleugels.

In de diepte die daaruit ontstaat
zindert zomer als gewijde opera.

Laat me langzaam waden tegen scherpte in.

Tijd stippelt een hoge vogel uit.
Aan de verte huilt een hond
die in de winter woont.

Wat laat ik na:
te ontbreken.

26-05-16

MEMORY LANE

MEMORY LANE

 

Bomen zomen deze straat af.
Zonder einde.
In hun kruinen ruist rumoer van revolutie.
In hun takken kraakt een voorraad vrede.

Oud zijn ze.

Stambomen hebben zich
aan hun boomstammen geschurkt.
Hun schors gepeld, hun jaarringen geteld.


Als de wind door deze bloemlezing van bladeren lispelt,
herinnert de kruin zich de wortel,
zoals de wortel zich de kruin herinnert.

 

29-04-16

SPROOKJE

SPROOKJE

Iemand speelde me naar binnen.
Ik maakte een buiteling
en bevond me in het buitelland.
Klaar.

14-03-16

FOX POPULI

FOX POPULI

Ik wandel met de windhond.
Het is een weer om ons niet
door te jagen, een stukje vaderland
te bekijken, voortgetrokken door een beest
dat mij aan het lijntje houdt.

Wat is België mooi in november!
Zijn akkers, makkers, zijn doden,
en niet te vergeten de wind
over die akkers die naarstige
boeren toebehoren, en bloemen.

‘Landman’ zou de dichter zeggen,
en ‘noest’. Ik zeg alleen maar
‘koest!’. Want daar komt een
kleinere hond die een mindere man
aan het sleuren is. Voorwaar:

België is een land van strakke lijnen,
in november, en dat geldt zowel
voor de kleinen als voor de mijnen.
Wie hapt het eerst? Wat knapt?
Welk beest is ’t vlugst ontsnapt?

01-02-16

THEE VOOR TWEE

THEE VOOR TWEE

Dorothea Macintosh.
We drinken gemberthee.
Gezellig met z’n twee.

Dorothea Macintosh.
De kille wind huilt buiten
Om de luiken en de ruiten.

Dorothea Macintosh.
Hoe vreedzaam is het hier
Op dit stille eiland schier.

Wat zie je in de gemberthee,
Mijn wereldwijze winterfee?
Ontwaar je weer die troep
En lijkt het andermaal op soep?
Smaakt het zurig of pikant?
Naar tongzoen of vijand?

Goede gemberthee met z’n twee.
Dorothea Macintosh en ik.
Een onlosmakelijk verbond
Met smakelijke ondergrond.

Het is oorlog in het buitenland.
Tea for two en tand om tand.

Lieve Dorothea Macintosh.
Toont je thee ons nu de toekomst?
De halve wereld lijkt wel stoned.
De nevels van de dampkring
Zijn met oorlogszuur verweven.

Lieve Dorothea Macintosh.
Mijn wereldwijze winterfee.
Ik toost je toe en zeg ‘santhee’.

02-01-16

GODSPOT

Godspot

Krijtlijnen rond kribbe en crypte.
Gedoogzones voor wie niet
ter kerke schrijdt en bijt.


G-plek

God geve het.
Zaligheid draagt geen kleren.
Zieligheid kan uw deel zijn
wanneer het hoofd een zonde bedrijft
op dit erf.

Christus@Christie’s

Wie doet een bod op god?

Eenmaal
Andermaal
Zevenmaal
Zeventig maal zevenmaal

Wie doet een bod op god?

17-11-15

ZWEETDOEK

ZWEETDOEK


TRIPTIEK VAN EEN VLAAMSE PRIMITIEF

 

1. De navel van de fiets

 

Staande voor dit werk met verve
– zij het de beweging van het maaien,
zij het de vliedende kracht
van een velodroom –
denk ik aan zesdaagsen,
aan een reis of aan een zeis.

Wat spaak loopt
vermaalt de zon tot splinters.
Oneindig maal tweemaal nul
is gelijk aan helemaal niets.
Maak dat de fiets diets.

Schilderen:
de chasse patate naar roem.

Beide.
Nietwaar,
Rogier van der Weyden?

 

2. De curve van de bal


Een hoek die stilhoudt in een veld.
Finishfoto van gestold gebrul,
met achterlating van klank en kleuren.

De parabool van een hoekschop
die weer inswingend
de toegestane ruimte botviert
vanuit dat stateloze vlaggenstokje.

Schilder de bal voor doel.
En dan alles op het canvas
weer duwend trekkend
in beweging brengt.

En zweet,
deze dwingeland op doek.

Koortskrom.
Nietwaar,
Preud’homme?

 

3. De spreidstand van de netnimf

 

Daar breekt alweer een acetijd aan
voor de tegenstander.
Over zoveel mazen van het net.

In de hitte van Down Under
of de regen van Garros.

Daar heb je niet van terug.

Doe niet aan balbezit maar kneed hem
tot hij vogel kogel wordt.
Mik naar Kim, wederzijds,
met je beste backhand.

Maar de vrouw aan de overkant
vangt hem in haar spreidstand.
Een meesterwerk.

Grand slim.
Nietwaar,
Kim?

 

17-10-15

HET GRAF VAN VERKARRE

HET GRAF VAN VERKARRE

Hij ligt (gezegd: ‘rust’) te Torhout.
Ten noorden van de Warande.
Niet bij het lijkwitte leger van God.
Apart.
Een kleine kerel in een groot graf
onder een massieve grijze steen.
Weinig tekst en uitleg.
Naam.
Jaartallen.
Beroep.

Hij was Verkarre:
pijp
vogels
taal
gedichten

En nu,
priester-dichter Verkarre?

16-09-15

HUIDSLUITSEL

Huidsluitsel

 

Bladeren of blaren?
Na 150 jaren
weet ik het wel.
Aderen of aders?
Van alle aartsvaders
weet Van Dale het wel.
Is het vel of is het pel?
Balen met Van Dale.
Het blijft toch een blaar,
zelfs na 150 jaar.
Het verdict van de Dikke
is zonneklaar.

28-07-15

DE SCHREEUW

De schreeuw

 

Ik ben die ben.

De hemel
het gesperde nu.

De eeuwigheid
een tel die aantikt.

Van de dode niets dan zoets.

Hij is die was.

 

18-06-15

GIRAF

GIRAF

 

Ik zal een reikhalzend leger

op de been brengen dat oogverblindend

op u afkomt, van u wegblijft.

Ik gooi hoge ogen.

U zal de blinde vlekken nooit geloven,

al hebben uw eigen ogen u nog nooit bedrogen.

21-04-15

DIEN AVOND

DIEN AVOND EN DIE BOZE

 

Smeult de dag nog wat na

In een tuin in de stad

Krijgsgevangen de warmte

Tussen muren en oren

Ik richt nu de punt van de fles

Op één van u hier altegader

Hebben wij het ja of ja

Getroffen met het weer

Kom schuif nog wat nader

Ginds wordt de stad opgestookt

Maar onthou dit mijn maten

Die ook van Voltaire maar alleen

Het uiteinde hebben gelezen

Het afval in eigen tuin

Is de beste verdediging

Tegen vervuiling alom

O wat vliegt daar te filosoferen

Is dat een mot naar de maan

Kom tob nog een uur 

Met mij tegen wijzerzin

In deze hof van verblijven

Waar het donker weer valt

Als een zak op de dag

Zonder verpinken ik zweer u

Mijn paard en mijn koninkrijk

Als ik er nog één de laatste voorwaar

Met u met u mag gaan drinken

In de stad van vertier en verderf

Zo zondig zo mondig

Nog vlak voor ik sterf

O tuin hier in tstad

Tussen die muren die oren

Klimop van mijn kloten

Heb je me liggen

Had ik maar niet

voor die boze gekozen

Nooit ofte nimmer

Vandaag noch vanavond

En later … water … water

 

19-02-15

DE MOEREN/LES MOËRES

Dә Moerәn – Les Moërәs

(Әn Vlaamsә klassiekәr ovәr tabakssmokkәl eind jarәn ’40 van dә vorәgә eeuw)

 

01

 

Hier trapt mәn in әn niemandsland.

Hier komt mәn aan әn eindә:

bredә gracht of brandәnd zand,

soms mijnәnveld of әn vәrstrooidә weidә.

 

Oudә wind fluit om әn grenspaal.

Blad na blad bәtaalt әn boom dә tol.

Niets aan tә gevәn in dә vreemdә taal;

in zәn eigәn houdt mәn zwijgәnd vol.

 

Tussәn ginds & hier & toen & hedәn

grenst aan әn zekәr ongәloof

ook hәt voordeel van dә twijfәl:

dә douanә is aan één kant doof.

 

02

 

Mәn kamt alleen die windstreek uit

die ergәns uit әn wijzer oostәn

naar әn verdәr westәn strekt,

of omgәkeerd, gәzwind als wind.

 

Dә wind zit mee; zә lopәn әr weer in.

Әn hazәnpad bәzaaid met grensgәvallәn.

Commerçә vollә kracht vooruit:

allәs voor centәn, centәn voor allәs.

 

Dә pijp voor bij dә keukәnstoof

wordt vannacht aan huis bәzorgd.

Koppәn gloeiәn als uitgәholdә bietәn,

maar al dә rest is uitgәdoofd.

 

03

 

Slaapwandәlaars op vreemd bәkend tәrrein.

Vlaandәrәn zendt enkәlә zonәn uit:

gәjaagd door winst, westwaarts,

lopәn mannәnmensәn zwangәr tә zijn.

 

Bultәnaars hinkәn schuldәg gәbukt

tussәn gәflakkәr van populierәn

door әn kathәdraal van donkәrtә.

Gәruis, gәluid, gәritsәl & gәrucht.

 

Dә rechtәrhand draagt zwartә sokkәn

en heeft ervaring met dә mazәn.

‘Bruin of blauw: hazәnpad gәblazәn!

En doe die sigaret dood, dwazәkloot’.

 

04

 

Nu of nooit; allәs of iets; hәt dooit.

‘Bonnә chancә ginds in dә Moerәn.

Denk aan uw vel; kijk uit voor

linkә loerәn: die doen wә zelf wel’.

 

Dә maan krijgt haar bәwijs

van goed gәdrag en zedәn.

Zә blijft vәrstandәg weg;

zә heeft әn duistәrә redәn.

 

Hopәlәk gaat hәt niet mis.

Stillә ovәrlopәrs vәrtredәn nu

op zachtә voet dә wet. Dә aardә riekt

naar zwartә sneeuw en kattәnpis.

 

05

 

Waar dә buidәl van dә bazәn zit,

daar danst hәt hart als jojo op en neer.

Dә kleinә man klampt zich aan zijn brәtellәn

vast en draagt op elkә nier drie kilo méér.

 

Zij zorgen, nu nog zwaarbәladәn,

voor vәrlichting van dә Republiek.

Pas in Calais, pas in Parijs

glimmәn dә wormәn feeëriek.

 

Hәt tolbareel vliegt aan spaandәrs:

daar komt dә tabak uit dә Vlaandәrs,

door slijk en grondsop voortgәdragәn

op dә rug van Flandriens à pied.

 

06

 

Әn franc is әn franc, mәsjeu,

en әn woord is әn woord.

Әn gram is әn gram, parbleu,

Of zijt gә mәsschien uw levәn beu?

 

Dә kleinә man wordt van zijn vracht

vәrlost. Vadәr Staat is weer vәrlicht

en om tuin en veld gәleid.

Zoals әn kilo hier kost,

 

zo kost hij nergәns andәrs.

‘Maar smoort en zwijgt in allә talәn:

gә weet van niks, al moest

dә duivәl zelf u komen halәn’.

 

07

 

Hәt pәloton van knechtәn

is in hәt hintәrland vәrspreid.

Dә klassiekәr Veurnә – Duinkerkәn

waaiәrt open. Tabak gәdijt.

 

Dә weg tәrug maakt velә bochtәn.

Hier en daar brandt nog әn licht

of wacht әn hapklaar mokkәl.

Hәt glazәn oog van God blijft dicht.

 

In dә oudә Vlaamsә Moerәn

zijn hәt enkәl dә konijnәn

die zich nog evәn roerәn.

Dә baas is thuis; dә rest heet haas.

 

19-01-15

ITIZEN

ITIZEN & ANACOND                                                                                      

Stadsdreun zonnetril oogspanning boomdruis
Rooklicht dakenvlam krengloop onweer op til
Heet heet heet heet heet heet heet heet
Itizen zweet zozeer dat hij zowaar vergeet
Het mooie ding – ping ping! – voor Anacond

Lijven wolken damp de zomertreinen beven
Anacond standvastig beeld onder ventilator
Wijl Itizen op pad dat cadeau dat cadeau
Dat cadeau alsmaar zo hard herhaalt
Dat herhaling dat verdomde ding smelten doet

Itizen te veel Tw te veel Fb likes onderweg
& wordt geliked en afgeleid van ware
Zaken – ping ping! – en dorst naar drinken
Daar dan wat in verzinken prettig wederzien
De zon de zon zo hevig en zo heftig – vlucht!

Boem boem krak boem knetter knetter
Serpentinewapper donderreutel cityuation!
Pauken van boosheid verblind door laslicht
Vlucht vlucht vlucht voor gedruppel
Weldra penetrante percussie van regen

De city sist en haast en pruttelt tegen
Witlicht gevat in klemvast loodzwaar grijs
Anacond haalt horren – onweerparfum – weer
Uit & plotseling flitse Itizen message sent
Alle duivels hel tempeest en sintels!

Kadaverende hond van Anacond huilt
Onder hagelslag knettergek gemekker
Van een god (God?) Anacond nipt van
Een flestiek waar blijft-ie godverdomd?
En bovenal: waar blijft het ding – ping ping! –

Fiolen van toorn hoornen van gramschap
Dit is het einde brandwonden zevende graad
Itizen tot zijn eigen as herleid herhaald herinnerd
& Anacond  – ping ping! – een plasje verlangen
op de middenstip van deze ondermaanse magnetron.

Het afscheid betrof nochtans dat kleine ding.

Ping-ping.

09-12-14

SELFIE

EEN SELFIE SCHIETEN AAN EEN AVONDRAAM IN MAART

(genomineerd voor de Hofvijver Poëzieprijs Den Haag 2014)

1

De maan neemt

van het water
waar ze in schijnt
een trage foto
met de maan erop.

2

De angst voor verlies en de hoop
op eeuwen; de moed om dit nu
in taal te bevriezen: aan niets gebrek.
Zij zit bij een raam, met langzame
gebaren. Beven deed zij vroeger meer,
in gebouwen met te veel gebreken.
In de samenspraak, vaak verweer,
troepten klanken tot geklonter samen
en keerde wat zij richtte tot haarzelf
terug: zoveel spitser, zoveel bitser.
‘Als de pijlen op uw boog zijn ook
uw kinderen’, zo sprak een oudgediende.
‘Ik ben bang voor een boemerang’, dacht
zij later, na veel gewin en veel gemis.

3

Nu waadt zij door de avond als een stille
ober – zij weet hoe ver een boogschot is.
Zij kent de laagste list van Koning Winter:
mist, de laatste wade over zijn bewind.
Maart heeft de sleutel van een nieuwe kist:
lente legt zich langzaam aan het raam.
Als oud zwart zeer is sneeuw vergeten;
de ijsbloem van weleer verteerd
door licht en wit en meer.

4

Straks gaat het dagen. Zij verwacht
wat komen wil en stil kan blijven staan.
Zovelen zijn haar daarin voorgegaan.
Het moet de boog zijn die beweegt
en niet de snaar voorwaar.
Het is de buigzame hoop die de hoek
van de angst verkleint – tot daar.
Zo spint soms taal een web.
Elk raam is een boek met open einder.
Elk huis heeft wat glas
om te kijken hoe het was,
als het is en wat het wordt.

5

En het gelaat dat wordt weerkaatst,
is de weerkaatsing van dat gelaat.
Dat zicht. Zo trefzeker is deze maand
dat hij in dodental zelfs november
spilzuchtig ver achter zich laat.
Zo nieuw ook, zo licht de kleuren
in de verse gewaden. Het onzichtbare
is bekend, het onzegbare niet.

6

Het is daarom dat zij gaat
als een ober bij een raam
met langzame onderwatergebaren
in een avond die de hare is,
en de hunne, en van niemand.
Zij is het die beweegt en bevriest,
zij die wacht, kijkt en kiest.
In de maand van een trage maan
die in zichzelf verzonken uit de doka
van een waterspiegel breekt.

7

De maan neemt
van het water
waar ze in schijnt
een trage foto
met de maan erop.

08-10-14

JAARRING

JAARRING

 

De appelschudder lispelde in de kruin.

Daarna kwam de echte wind.

Hij rammelde met de takken.

De bladeren sneeuwden neer.

De boom werd hees.

Hij schreeuwde het nog even uit.

Dan werd hij zo stil als een kaars zonder vlam.

 

Weer was een jaar verstreken. 

25-08-14

ONRIJM

ONRIJM

onbezonnen schenenvuur vlammenwerper
augusthuis van summer sudder eierdooier
dobberend in apegapend grieksblauw zwerk
druiventrossen bloeden purper als gekwetter
ze bestookt met scherp rotting in de vijvers
overdaad en stroop blader verder na de blaren
en de blossen oker pokert met de schraaltezon
pâté feuilletée reutemeteut gekruld te gronde
de heksen van de herfst verschrapen bezems
blubber binnenkort en kraaknette kaaltekruinen
röntgenfoto’s staven donkerte der dagen
kil gebinte koud gebeente nerven stervend
het plooit het vouwt het krult het kreukt het krimpt
vreselijke vries met pet en pret aders van ijs
verblauwd als wintermelk spiksplinter schilferfeest
knisper en vanillevreugde weer zoet verstreken
pleidooi weldra voor bot en knop en sap
de daver in de dagklapper wordt palaver
ontwinterd duikt gevederte een luftwaffe
appartemensen vuren wederzijdse bloemen af
kadaver begraven magnolia mimosa en dan
daarweer de speren van de zonnewagen

15-06-14

GEDICHTLOOSHEID

GEDICHTLOOSHEID

Pleidooi tegen poëzie

Niets is wat het lijkt. Alles is anders.
Dichters proberen dat niet te beschrijven.
(Het is misschien ook onbeschrijfelijk).
Anders beschrijven ze het. En besterven ze het.
Daar zijn ze als de dood voor, de zg. goede dichters.
Liever zwijgen ze angstvallig op karige witte bladen.
Op de Schaal van Dichter
hebben ze dan een streepje voor door niets te doen.
Ze worden bekend omdat ze zwijgen.
En dat is goed.
Met gedichtloosheid moet je leren omgaan.
Wat moet je anders met al die onzin?
Dat gedoe tussen de regels?
Die zinsverduistering?
Laat die blaren maar braak liggen.
Hou dat witte blad maar voor je mond.
En als je leest, trek dan je stoute schoenen aan,
loop weg voor metrum, rijm en metafoor,
en ga voor rechte regels en volle zinnen.
Want niets is wat het lijkt. En alles is anders.

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende